Sinds 3 oktober 2012 staat mijn leven weer eens op z'n kop. Dat gebeurt wel vaker, maar dit keer heeft dat ingrijpende gevolgen.
Waar het mee begon
Op 3 oktober 2012 tegen de avond kregen we een telefoontje dat mijn ua - de Molukse benaming voor tante, en meer specifiek, de zus van mijn vader - ernstig ziek was en niet meer lang zou leven. Al 11 jaar woonde ze in een psychiatrisch bejaardentehuis waar ze goed werd verzorgd. Maar eigenlijk was ze er al niet meer, want normale communicatie was al heel lang niet meer mogelijk. Eigenlijk zat ze alleen maar in haar rolstoel met tandenloze mond te kauwen. Praten deed ze al heel lang niet meer. Ze was een huls van een ziel die ergens rondzwierf in een andere, onzichtbare wereld.In de loop der jaren had ik haar zo nu en dan opgezocht. Korte bezoekjes. Gewoon om te zien hoe het met haar was. Om haar te voeden. Haar gezelschap te houden, ook al had ik nooit het gevoel dat ze daar veel van mee kreeg. Eigenlijk deed ik het vooral voor mijn eigen gemoedsrust, vermoed ik. Niemand wil uiteindelijk in de steek gelaten worden. Niemand wens je toe alleen zijn einde tegemoet te gaan.
Op 6 oktober 2012, na 3,5 dag, dag en nacht, bij haar waken, blies ze iets voor negen uur 's avonds in mijn armen haar laatste adem uit. Nina - zoals ze door haar broertjes werd genoemd - was niet meer. Nina liet een zoon en twee kleinzoons achter. En mij.
Wat volgde, waren hectische weken, waarin we in eerste instantie druk waren met het regelen van haar uitvaart. In een mooie zwartzilveren sarong met dito selendang en een witte kabaja, in een rieten kist hebben we haar laten cremeren. Ze was mooi. Ze was lief. Er was weinig over van de mens die ze ooit bij leven was voor velen. Voor mij was ze alleen nog dat lieve mensje dat niets meer kon en niets meer had.
Ik mis haar.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten